Voorbeeldig verleden: twijfelachtige les
Parkhursts onderwijspedagogiek houdt zich voornamelijk bezig met didactiek, vooral met onderwijsleervormen en klasmanagement. Over leerstofkeuze en leerplan gaat het nauwelijks. Eén van de weinige dingen die Parkhurst daarvan vindt is dat leerstofkeuze en leerplan niet beperkend mogen zijn. De inhoud van het onderwijs mag de vorming en ontwikkeling van openheid en burgerschap niet in de weg staan. Parkhurst illusteert het met het vak Geschiedenis: nationalistisch getint geschiedenisonderwijs “may be patriotic, but the narrowing influence of such teaching upon the pupil is evident”. Alleen bij zakelijker en evenwichtiger leerstof “can the child grow into a complete man or woman as well as a good citizen” (Education on the Dalton Plan, p. 58; zie ook mijn Daltonplan onderwijspedagogiek, blz. 7 en 8).
Ziedaar, een goede reden voor Amsterdamse daltonscholen om de lesbrief over de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst terug te sturen naar het gemeentebestuur.
Voor Ouders Online analyseerden we de lesbrief onlangs. Die was in opspraak geraakt doordat Wilders zich aan een cartoon gestoord had. Maar de lesbrief zou in opspraak moeten zijn omdat hij zowel inhoudelijk als didactisch een knullig en misleidend gedrocht is. Eén van de vele gebreken (zie voor de andere: ons artikel op www.ouders.nl) is de manier waarop het koloniale verleden van Nederland wordt afgedaan als onschuldige handelsreizerij.
Nederland heet in de lesbrief voorbeeldig te zijn op het punt van verdraagzaamheid. We hebben een geschiedenis om trots op te zijn. Met name de godsdienstvrijheid is voor Nederlanders altijd een groot goed geweest. De godsdienstige tolerantie zie je terug in ons koloniale verleden. De lesbrief hierover:
“Nederlanders hebben altijd veel gereisd en gehandeld. Ze kwamen in verre oorden terecht en gingen wonen op vreemd grondgebied. En wie ver weg gaat, komt mensen tegen die anders denken of een ander geloof hebben. Honderden jaren geleden ontmoetten de Nederlandse reizigers en handelaren op deze manier bijvoorbeeld al moslims. En dan niet in Nederland, maar in de landen waar moslims woonden. Vroeger betekende ver reizen vaak varen. Over zee kwamen de Nederlanders aan land in onbekende gebieden en zetten daar handelsposten op en stichtten nederzettingen van boeren. Ook het huidige Indonesië werd door de Nederlanders gekoloniseerd en heette meer dan driehonderd jaar lang ‘Nederlands Indië’.
Wat is dat, koloniseren? Nederlanders gingen in de zeventiende eeuw in Indië wonen en werken om er specerijen vandaan te halen. In Indië groeiden de specerijen (kruiden) nootmuskaat, foelie, kruidnagel en kaneel. In Nederland werden deze specerijen veel gebruikt in het eten. Later werd ook koffie en suiker uit Indië gehaald. Met deze handel viel in Nederland goed geld te verdienen. De meeste Indonesiërs waren toen moslim, maar geloofden daarnaast ook in bovennatuurlijke krachten. Dat soort krachten konden gewoon in een boom of een meertje of een voorwerp zitten.
Als de Nederlanders problemen hadden met de Indische bevolking, was dat niet vanwege het geloof. Vaak had dat dan een politieke of economische oorzaak. Kortom, de Nederlanders hadden eeuwen geleden al veel te maken met andere religies.”
Ik heb de complete pericoop maar aangehaald. Want wie zou me geloven? Het is ongelooflijk hoe leerlingen hier misleid worden. Geen woord over uitbuiting en onderdrukking. Geen woord over bezetting en geweld. Geen woord over de zending. Geen woord over de opgelegde beschaving en de vernietiging van de inheemse cultuur. Maar wel dédain over de oorspronkelijke religiositeit.
Nee, er al problemen waren (sic), dan niet vanwege het geloof. Wel sanctioneerde het christelijk geloof onze gedurige en structurele wandaden daar en vergoelijkte hetzelfde geloof onze buitensporig wrede en bloedige wanhoopspogingen de kolonie te behouden een halve eeuw geleden. Wel waren de ‘bijgelovigheid’, het heidendom en de islam van de inheemse bevolking een dankbaar excuus om de Indonesiërs niet voor vol aan te zien, niet te vertrouwen, om ze uit te buiten en te onderdrukken. Het is niet toevallig dat het postkoloniale Indonesië vandaag aan de dag een van de meest islamitische landen ter wereld is. En het is evenmin toevallig dat de Zuid-Molukkers, de Indonesiërs die de kant van de Nederlanders kozen, zich bekeerden tot ons protestantisme. Neeeeee, de problemen waren niet vanwege het geloof ... Fraai, onze verdraagzaamheid.
Excuus, ik liet me even gaan. Maar het is ook iets om je over op te winden. Doen alsof we een voorbeeldig volk zijn en dat illustreren aan de donkerste bladzijden uit ons vaderlands verleden. De ironie!
Het zou toch verboden moeten worden dat het kolonialisme op zo’n manier ter sprake komt op school? Misschien kan Balkenende eens iets aan doen. Of Dijsselbloem.
De commissie Dijsselbloem adviseerde in haar rapport over de onderwijsvernieuwing onder meer dat de overheid de verantwoordelijkheid neemt om vast te stellen wat er op school geleerd wordt (middels leerstandaarden en canonisering van kennis). Wellicht kan er langs deze weg voorkomen of verboden worden dat onderwijs verbloemt en verblindt. Zeker het onderwijs in de vaderlandse geschiedenis. Parkhurst heeft groot gelijk: goed burgerschap verdraagt geen kortzichtigheid, ook geen kortzichtige trots op het nationale verleden.

