Meervoudige Intelligentie is dubieuze mode

Leerlingen zijn verschillend in allerlei opzichten. Onderwijs is doeltreffender naarmate we in staat zijn meer en beter rekening te houden met die verschillen. Verantwoord differentiëren is echter niet eenvoudig. Al was het alleen maar doordat bepaald moet worden welke soorten verschillen relevant zijn en welke van deze zich lenen voor didactische of inhoudelijke differentiatie. En doordat bepaald moet worden welke leerlingen tot welke categorie behoren. En doordat bepaald moet worden hoe er gedifferentieerd wordt: dus op welke manier er verschil gemaakt kan worden in didactiek en leerstof.

In het onderwijs bestaat de laatste decennia het besef dat verschillen tussen leerlingen nopen tot differentiatie, maar is tegelijkertijd ondervonden hoe moeilijk en bewerkelijk het is om te differentiëren. Dit verklaart de enorme populariteit van Meervoudige Intelligentie. De benadering voorziet in kant en klare schema’s en instrumenten met behulp waarvan (1) leerlingen betrekkelijk eenvoudig kunnen worden ingedeeld in “typen” en (2) onderwijs per “type” kan worden aangepast. Het lijkt betrouwbaar en verantwoord, want het is gebaseerd op het werk van een  wetenschapper, de Amerikaanse hoogleraar Psychologie Howard Gardner. Het lijkt extra betrouwbaar en verantwoord omdat het op grote schaal wordt gebruikt en door allerhande deskundigen en instanties wordt voorgestaan.

Meervoudige Intelligentie heeft inderdaad een wetenschappelijke oorsprong. Maar helaas heeft ze wetenschappelijk gemeten en beoordeeld weinig om het lijf.

Gardners theorie van de meervoudige intelligenties is volgens wetenschappelijk onderzoekers onzin. Theoretisch rammelt ze: de verschillende intelligenties zijn niet goed te onderscheiden op de manier die Gardner voorstelt, zeker niet als intelligenties en zelfs niet als vergelijkbare capaciteiten (onderscheiden capaciteiten die voldoende van dezelfde orde zijn om ze als elkaars alternatief te zien). Maar ook empirisch is Meervoudige Intelligentie alles behalve stevig. Serieuze pogingen om in empirisch onderzoek de intelligenties uit elkaar te houden, uit elkaar te houden, lukken niet.

Hier komt nog iets bij. Afgezien van de theoretische en empirische haken en ogen is er een praktisch probleem. Zelfs Gardner zelf is ongelukkig met de manier waarop zijn theorie in het onderwijs gebruikt wordt. In 1995 al beklaagt hij zich in een artikel over misvatting en misbruik (H. Gardner, Reflections on the Multiple Intelligences: Myths and Messages. Phi-Delta Kappan, 77, 3, 200-209). Gezien de schaal waarop dit gebeurt (het misvatten en misbruiken), had Gardner wel wat vaker en vooral ook wat luider aan de bel mogen trekken.

Voor Pedagogiek.net schreef ik er enige tijd geleden een artikel over: 

Meervoudige intelligentie is volgens wetenschappers flauwekul

Aanleiding om er nu weer over te beginnen is een bericht in het Dagblad van het Noorden (15 maart 2008) dat de Jenaplanscholen in de provincie Groningen aan de Meervoudige Intelligentie gaan. Het was me al eerder opgevallen dat ook in het daltononderwijs Meervoudige Intelligentie populair is. Jammer dat het traditionele vernieuwingsonderwijs zich niet wat weerbaarder toont tegen dubieuze onderwijskundige modes.