Helen Parkhurst wilde in Nederland komen werken, maar ving bot bij NDV

Helen Parkhurst wil aan het begin van de jaren vijftig graag in Nederland komen werken. Ze schrijft het aan de secretaris van de Nederlandse Dalton Vereniging na haar bezoek (brief 9 juli 1952 aan Daan van Willigen). Ze ziet het helemaal voor zich. De Nederlandse Dalton Vereniging roept een instituut voor onderwijsvernieuwing in het leven waarin scholen en lerarenopleidingen samenwerken. Het liefst een internationaal instituut. “With a small group of your best Dalton people playing a major role”. En met Parkhurst zelf. Eerst klinkt ze nog bescheiden: “It might be possible for me to help you”. Maar al gauw is duidelijk dat het niet zonder haar kan en schrijft ze in termen van ‘wij’. Voor haarzelf ziet ze een praktische rol als trainer en docent: “I could work with the teachers in the various schools to give them a kind of ‘in-training’, and at the same time co-operate in the branches of related teacher training needs in universities”.  

Parkhurst hecht sterk aan het internationale karakter. “There is need of countries to be interdependent in contributing their special talents to the whole.” Nederland is bij uitstek geschikt voor zoiets. “There should be many teachers in other countries who would like to study in Holland”, vooral vanwege onze vaardigheid in vreemde talen en onze gunstige leefomstandigheden. En natuurlijke vanwege de bloeiende Daltonpraktijk hier. Wat Parkhurst betreft, hoeft het overigens niet onder de Daltonvlag en in Daltonkring. Ze heeft weinig met traditie, meer met onderwijsverbetering.

Het is bepaald geen vrijblijvende suggestie. De NDV-secretaris wordt op het hart gebonden dat hij met verschillende mensen, sommigen bij naam genoemd, in overleg treedt. En Parkhurst vindt dat de voorzitter van de NDV zijn voorgenomen reis naar Amerika wel wat kan inkorten om de handen vrij te houden voor medewerking aan het project. “He could be very useful”. Er is haast geboden: “If we wait a year or two I think we will lose time and as now seems the time it might be well to start. Later such a center might be started elsewhere and I sincerely believe Holland to be the best place in size and culture and sincerity. ... Through Holland the world”.

Wat de secretaris precies met de suggestie van Parkhurst gedaan heeft, is onbekend. Wat we wel weten is dat haar voorstel en open sollicitatie op niks zijn uitgelopen. Jammer. Het Nederlandse daltononderwijs had veel aan haar kunnen hebben. Parkhurst was destijds weliswaar de vijfenzestig gepasseerd, maar is zelfs na haar vijfenzeventigste nog bijzonder actief geweest in het trainen van docenten, het ontwikkelen van onderwijs en het verzorgen van colleges. Tien jaar nog. Haar allerlaatste klus was de daltonisering van een school in New Mexico nota bene, op haar vijfentachtigste!

Misschien zagen de Nederlandse ‘Dalton people’ op tegen de natuur van Parkhurst. Ze kon nogal aanwezig zijn. Haar levensgezel Dorothy Luke daarover:

“With children, Parkie was always able to listen and draw them out, keeping her natural exuberance in check. In her later years, she was less succesful in the role of moderator with adults. At times she erred in ‘telling too much’ or intimidating young teachers by coming on too strongly with her powerful personality.” (Luke z.j., p. 299)

En ze was nogal energiek en onrustig. Tekenend is Parkhursts lust de huiselijke inrichting te veranderen en met meubels te schuiven. Toen ze tegen de vijfentachtig was, drong de huisarts er bij Dorothy Luke op aan “to curb her propensity for moving furniture”. Luke wist dat het onbegonnen werk zou zijn: “He might as well have requested that I tie her hands behind her back” (Luke z.j., p. 317).  

Geen makkelijke tante. Mag zo zijn. Toch is het zonde dat de NDV niet op haar suggesties is ingegaan. Parkhurst zou de gelegenheid hebben gehad haar onderwijspedagogiek in intensieve samenspraak met de rijke Nederlandse praktijk verder uit te werken, te moderniseren en te verbeteren.

 

Geraadpleegd:

 *Brieven van Helen Parkhurst aan Daan van Willigen 1952-1972.

 *Luke, D., (z.j.), . Ongepubliceerd typoscript.   

Beide bronnen maken deel uit van een verzameling archiefmateriaal oorspronkelijk afkomstig van Daan van Willigen. Het materiaal is momenteel voor onderzoeksdoeleinden onder de hoede van het Daltonlectoraat in Deventer. Het is aan ons overgedragen door het Archief en Documentatiecentrum Nederlandse Psychologie (ADNP) na een tip en dank zij bemiddeling van Jan Dirk Imelman, emeritus hoogleraar Wijsgerige en Historische Pedagogiek, die het zelf ooit had gekregen van de afstuderende student Cees Janssen en het in het Archief had ondergebracht.