Een voorbeeld zijn

Op de middag van de Dalton Conferentie eind april in Deventer zat ik tussen de bedrijven door even buiten. Kwamen er drie daltonjuffen het gebouw uit. Ze liepen richting zebrapad om over te steken. Op de stoeprand stond een moeder met twee kinderen aan de hand te wachten voor het rode voetgangerslicht. De juffen zagen het rode licht, de moeder, de kinderen. En ... ze staken over, zonder blikken of blozen. Ik geloofde mijn ogen niet.

Wij met onze mooie praatjes over dalton als “a way of life”. Zijn we een woensdagmidag even niet in functie negeren we onze pedagogische medeverantwoordelijkheid.

Niets menselijks is ons vreemd. Een paar dagen later hoorde ik op de radio het wonderlijke verhaal over de bril van prinses Máxima. De Rijks Voorlichtings Dienst probeert te voorkomen dat het Nederlandse publiek foto’s ziet van Máxima met bril. Ze is in het buitenland gekiekt, terwijl ze een bril draagt. Een beeld dat hare aanstaande majesteit mishaagt? Dat zal toch niet waar zijn? Wat mankeert er in hemelsnaam aan iemand die een bril draagt –behalve perfect zicht? Onze kroonprinses geldt als het toonbeeld van integratie en anti-discriminatie. Je zou verwachten dat het buiten haar om gebeurt. Je zou hopen dat ze de R.V.D. streng tot de orde roept. Maar niks daarvan.

Mooi voorbeeld zijn we, wij en prinses Máxima. Mooi voorbeeld voor de jeugd.

Principieel gezien deugt het niet. Wat ik me echter afvraag, is of het pedagogisch veel kwaad kan. Ik hoor en lees vaak dat opvoeders en docenten een voorbeeld moeten zijn. Maar is dat eigenlijk wel zo?

Twee voorbeelden om te laten zien dat het niet zo vanzelfsprekend is als het lijkt. 

Een jaar of twintig geleden vertelde ik mijn leermeester Jan Dirk Imelman, toen hoogleraar wijsgerige pedagogiek, hoe ik vaak meemaakte dat ik met mijn dochters aan de hand, toen kleine kinderen, keurig op het voetgangerslicht stond te wachten, terwijl volwassenen zich niks van ons en het rode licht aantrokken en zomaar overstaken. Imelman moest lachen om mijn verontwaardiging over gebrek aan pedagogische medeverantwoordelijkheid. Het is juist leerzaam voor de kinderen, was zijn reactie: kinderen leren dat het ook anders kan dan braaf staan wachten op een lichtje, dat het ook anders kan dan je keurig aan de regels houden, dat je ook zelf kunt uitkijken, dat niet iedereen zo handelt of zich zo gedraagt als je vader.

In discussies over democratische burgerschapsvorming wordt de laatste tijd regelmatig gezegd dat docenten zelf niet autoritair mogen zijn: goed voorbeeld doet goed volgen. Maar het kan toch ook anders? Ik kan me verschrikkelijk autoritaire docenten herinneren tijdens mijn middelbareschooltijd die juist door hun repressiviteit en onbillijkheid mij aanzetten tot solidariteit met klasgenoten, kritiek op verhoudingen, protest tegen onrecht en roep om inspraak. Juist de minst ‘democratische’ docenten maakten behoefte aan en belangstelling voor democratie in mij wakker. En zorgden voor oefening en vorming in democratische praktijken, kennismaking met democratische mogelijkheden en procedures enzovoort. Het waren lessen waarvan ik later veel profijt gehad heb in een politiek hyperactief jongvolwassen leven.

Hiermee wil ik niet zeggen dat docenten geen voorbeeld mogen zijn. Het is alleen de vraag of het noodzakelijk is dat docenten altijd een voorbeeld zijn en of het altijd kwaad kan het verkeerde voorbeeld te geven. De moeite van het overdenken waard. En een excuus voor de daltonjuffen en onze prinses.

 

 

Tekst in Pdf

Voorbeeld_zijn.pdf