Past Daltononderwijs bij alle leerlingen --en bij alle ouders?
In kringen van daltondocenten en daltondeskundigen horen we geregeld dat de daltonwerkwijze bij alle kinderen en jeugdigen past. Geen leerling zou ongeschikt zijn voor het daltononderwijs. Of liever: daltononderwijs zou voor alle leerlingen geschikt zijn. We vragen ons af of dat niet te optimistisch is. Onderwijswetenschappelijk onderzoek laat zien dat het sterk afhankelijk is van allerhande kenmerken van een leerling welk onderwijs hem het beste past, dus welke vormen en maten van instructie, feedback, motiveren, zelfwerkzaamheid, zelf plannen, samenwerken, toetsen enzovoorts voor hem het meest leerzaam zijn. En daltononderwijs bestaat nu eenmaal in een bepaalde combinatie van specifieke vormen en maten van deze dingen. Dat daltononderwijs voor alle leerlingen het beste onderwijs is, is dan niet erg waarschijnlijk.
Om erachter te komen hoe het zit moeten we het onderzoeken. Dat kan door de actuele kennis te raadplegen op domeinen als didactiek, onderwijspsychologie, leerpsychologie, ontwikkelingspsychologie en gezinspedagogiek. Met andere wooorden: Wat er bekend is over welke onderwijsaanpak het beste past bij wélke leerlingkenmerken gebruiken om een antwoord te vinden. In het kader van het lectoraatsonderzoek zijn we al enige tijd bezig langs deze weg.
Het kan ook anders. Door zelf empirisch onderzoek te doen. Hiermee willen we in 2009 een begin maken. Het eerste project in dit verband is een onderzoek naar de invloed van de opvoedwijze thuis op de geschiktheid voor daltononderwijs. Preciezer: onderzoek naar de verhouding tussen enerzijds het functioneren van jonge daltonleerlingen op school (prestatie en gedrag) en anderzijds de ouderschapskenmerken en de opvoedstijl van hun ouders. We verwachten dat bepaalde wijzen van opvoeden en soorten ouderschap beter voorbereiden op daltononderwijs dan andere. En andersom: dat daltononderwijs beter aansluit op bepaalde wijzen van opvoeden en soorten ouderschap dan op andere. We willen niet alleen zeker weten dat het inderdaad zo is; we willen natuurlijk ook duidelijkheid over hoe het precies zit. Welke kenmerken van ouderschap en opvoeding zijn het meest gunstig voor daltononderwijs? Met andere woorden: bij welke soorten ouders en dus welke soorten kinderen past daltononderwijs het best?
Kennis hierover is van groot belang om verschillende redenen. Op z’n minst drie:
*Zulke kennis biedt houvast om ons onderwijs waar nodig bij te stellen: op maat te differentiëren. Wie weet: voor sommige categorieën leerlingen soms iets minder dalton … Of dalton iets anders …
*Zulke kennis is ook handig bij het verstandig werven van nieuwe leerlingen en het eerlijk informeren van belangstellende ouders van aspirant leerlingen.
*Zulke kennis is bovendien bijzonder bruikbaar bij het ontwikkelen van daltonvarianten van peuterspeelzaalwerk en voorschoolse educatie.

