Daltonplan bij de tijd

Blijkens het moderne wetenschappelijke onderwijsonderzoek is het voor de effectiviteit van onderwijs van doorslaggevend belang dat de leerling doelgericht, gestaag en geconcentreerd kan werken, in eigen tempo en op passend niveau, en dat hij van tevoren weet wat de bedoeling is, weet waar hij aan toe is en hoe een nieuwe activiteit samenhangt met wat hij eerder heeft gedaan. De onderzoeksliteratuur bezigt hiervoor termen als ‘goal setting’, ‘time on task’, ‘advanced organizers’ en ‘mastery learning’.

Dat is goed nieuws over Daltononderwijs. De Daltonplanonderwijspedagogiek beschrijft en bepleit immers een organisatie, een vormgeving en een inrichting van onderwijs die juist voor zulk leren de voorwaarden scheppen en de gelegenheid bieden. Want onder eigen verantwoordelijkheid werken aan taken op maat en zelf bezigheden plannen en bijhouden is bevorderlijk voor doelgerichtheid, gedurigheid en concentratie en garandeert dat het leren niet te snel of te langzaam gaat en dat het niet verveelt of boven de pet gaat. En het doordacht aanvaarden en timen van werkzaamheden vooronderstelt dat de leerling overzicht heeft van wat er gebeuren moet en dat de leerling zich rekenschap geeft van de doelen van leeractiviteiten en van de verhoudingen tussen leeractiviteiten en dat de leerling dus ook op tijd en voldoende weet heeft van die doelen en verhoudingen. Daltononderwijs maakt effectief leren mogelijk.

Interessant dat onze onderwijspedagogiek zo bij de tijd is. Het Daltonplan stamt uit het begin van de vorige eeuw. Parkhurst moest het doen zonder de kennis die we vandaag de dag hebben van onderwijs- en leerprocessen. Ze koerste op ervaring en ontwikkelde het Daltonplan in de praktijk van alledag, op ambachtelijke wijze voortdurend haar werk verbeterend. Achteraf bekeken zat ze op precies de goede weg. Helderziende was ze niet. Ze had een uitzonderlijk scherp oog voor wat werkt en wat stoort in onderwijzen en leren.

Parkhurst ontdekte dat eigen verantwoordelijkheid het beste werkt. Laat de leerling zelf werkzaamheden op zich nemen, zelf programmeren, zelf afspraken maken, zelf zijn tijd indelen, zelf het werk uitvoeren, al doende zelf ondervinden hoe het moet en of het anders moet, zelf zijn vorderingen bijhouden, zichzelf achter de vodden zitten als het nodig is, zelf merken wanneer iets niet wil, zelf eventueel om hulp of extra uitleg vragen, zelf ervaren dat het goed gaat enzovoort. Dan leert hij het meest en heeft hij er bovendien het meest plezier in en plezier van.

Onderwijs dat dit mogelijk maakt, vergt behalve veel vakkennis en vakdidactische know how en creativiteit (alleen al om adequate taken te maken en een divers aanbod van taken samen te stellen) ook het nodige psychologisch inzicht bij leraren en grote inzet van leraren (hoe meer activering en differentiatie, hoe complexer en arbeidsintensiever bijvoorbeeld sturing, instructie, ondersteuning en beoordeling zijn) en het stelt hoge en specifieke eisen aan leeromgeving en leermiddelen. Parkhursts theorie en praktijk getuigen hiervan, Daltonleraren hebben het in de loop van de eeuw ervaren en bewezen en Daltonscholen laten het zien.

Werken onder eigen verantwoordelijkheid paste niet in het onderwijs zoals dat aan het begin van de twintigste eeuw de normaalste zaak van de wereld was: klassikaal frontaal simultaan collectief onderwijs. Amerikanen noemen het ‘lockstep teaching’ en ‘batch processing’: leerlingen collectief en uniform benaderen, ze klasgewijs ordenen naar leeftijd, ze frontaal en simultaan lesgeven. Parkhurst was niet de eerste en de enige in Amerika die vermoedde dat zulk onderwijs alles behalve efficiënt is. En haar Daltonplan was niet het enige alternatief,

zelfs niet het enige Plan. Eind negentiende en begin twintigste eeuw ontstonden in Amerika bijvoorbeeld ook the

Het Daltonplan was niet het enige Amerikaanse alternatief, maar heeft wel als enige de tand des tijds doorstaan. Sterker nog: het is ‘alive and kicking’. En gegeven de ‘match’ tussen de Daltonplanonderwijspedagogiek en de uitkomsten van hedendaags onderwijsonderzoek heeft het alles in zich om de toekomst te hebben.

Over verleden en toekomst gesproken en zo vlak voor Oud en Nieuw … Een paar woorden nog ter afsluiting.

Werken onder eigen verantwoordelijkheid. Het leren is van de leerling. Het is

North Denver Plan, the Pueblo Plan, the Elizabeth Plan, the Winetka Plan en the Gary Plan. Stuk voor stuk pogingen het onderwijs anders te organiseren, vorm te geven en in te richten. In plaats van klassikaal frontaal simultaan collectief: individualiseren, activeren en differentiëren. Gemeenschappelijk kenmerk van de alternatieven was het leren zo veel mogelijk aan de leerlingen zelf te laten: werken onder eigen verantwoordelijkheid. zijn ding, zouden we tegenwoordig zeggen. Dat klinkt naar ‘Het Nieuwe Leren’: "De leerling is eigenaar van zijn eigen leerproces". Maar er is weinig nieuws aan, hebben we gezien. En het is praktisch net zo oud als ‘Het Oude Leren’. Want het klassikale frontale simultane collectieve onderwijs kwam pas halverwege de negentiende eeuw op en verbreidde zich vervolgens vanaf de jaren zeventig in Amerika. Het had zich amper gevestigd of het stond al ter discussie. De negentiende-eeuwse voorstanders van ‘lockstep teaching’ en ‘batch processing’ hadden het beste met het onderwijs en de leerlingen voor. Ze meenden dat collectief en simultaan onderwijs efficiënt was dank zij sociale mechanismen en dynamieken, bijvoorbeeld doordat leerlingen elkaar imiteren, zich aan elkaar meten en aan elkaar vormen. Hoe collectiever en simultaner, dus hoe klassikaler en frontaler, hoe meer iedereen leert, dachten ze. De hervormers, zoals onze Parkhurst, geloofden daar niks van: leerlingen hebben uiteraard onderwijs nodig (leraren, leerstof, leerplan, leervormen, leermiddelen enzo) maar daarbinnen moeten kinderen hun eigen gang kunnen gaan; dan leren ze het meest. Het ziet er nu naar uit dat de hervormers gelijk hadden.