Wat is Daltonplan eigen?
Eén van de eerste vragen die in het kader van het lectoraat beantwoord moeten worden is wat Daltonplan nu eigenlijk is. Wat is Daltonplan ? Wat zijn de onderscheidende kenmerken van Daltononderwijs? Waarin verschilt Daltononderwijs van doorsnee onderwijs en waarin van andere traditionele varianten van vernieuwingsonderwijs, zoals Montessori, Jenaplan en Vrije School, en waarin van hedendaagse varianten als ‘Het Nieuwe Leren’ en Iederwijs?
Precieze definiëring en heldere afbakening zijn nodig als houvast en ter oriëntatie van onderzoek, maar ook van visitatie, profilering en bezinning, kwaliteitstoetsing en -bewaking, opleiding, bijscholing, ondersteuning en verdere ontwikkeling van de Daltonplanonderwijs-pedagogiek en van het Daltononderwijs zelf.
In Daltonkring wordt vanouds veelal gedacht en gewerkt in termen van vier principes. Bekend van de driehoek: vrijheid/verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerking. Deze driehoek blijkt in theorie en praktijk problematisch te zijn onder meer doordat de principes te vaag en te meerduidig zijn en niet onderscheidend voor Daltonplan. Nagenoeg alle pedagogen en onderwijskundigen (en wie eigenlijk niet?) onderschrijven het belang van de vier in onderwijs en opvoeding. De principes zijn sinds eind jaren zeventig gewoon gemeengoed.
Toevallig trof ik onlangs op Ouders Online (de verreweg meest bevraagde en invloedrijke opvoedersopvoeder van ons land) de volgende omschrijving van goed opvoeden.
Een goede ouder … (ik citeer):
- - streeft ernaar om het beste uit zijn kind te halen zonder het beste van zichzelf in het kind te willen stoppen.
- - wil een kind opvoeden tot een zelfstandig denkend burger die in staat is zelf keuzes te maken en daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Anders gezegd: opvoeden is niet het sturen van je kind, maar je kind leren hoe hij zichzelf stuurt.
- - biedt het kind veiligheid en schenkt het vertrouwen.
- - leert een kind hoe hij zijn eigen problemen kan oplossen en zijn fouten kan herstellen.
- stelt wel degelijk grenzen, maar werkt zo min mogelijk met strikte regels. Kinderen die zich aan regels moeten houden, leren geen eigen verantwoordelijkheid nemen. Veel regels vragen alleen maar om strenge controle en daarmee leer je een kind geen zelfstandigheid. Beter kun je kinderen de kaders aangeven waarbinnen ze hun eigen keuzes moeten leren maken.
(www.ouders.nl: ). Praktisch iedereen zal zeggen: Ja, inderdaad, zo hoort het. Hoe anders? Wij zouden zeggen: kijk eens, opvoeding!
In het goede opvoeden volgens Ouders Online zijn drie van onze vier principes onmiddellijk herkenbaar. Ook herkenbaar zijn de vaagheid en de meerduidigheid. Immers, hoe en wat moeten ouders dan concreet doen? En volgens mij is juist dit de vraag die de meeste ouders bezighoudt: Maar wat moet ik dan concreet met dit kind in deze situatie? Bij Ouders Online weten ze het zelf ook niet zo precies, geloof ik. Het verhaal over wat goed opvoeden is, eindigt althans met de praktische wenk: “Het is niet meer maar ook beslist niet minder dan je echte zelf zijn, in de relatie met je kind”.
Onze principes zijn vaag, meerduidig en niet onderscheidend. Dat is een theoretisch probleem: Waar heb ik het over als ik het over Daltonplan heb, als ik Daltononderwijs bepleit of bekritiseer? Het is ook een onderzoeksmethodisch probleem: Wat moet ik bijvoorbeeld wegen en meten als ik het effect van Daltononderwijs in kaart wil brengen? En het is een praktisch probleem: Hoe breng ik Daltonplan in de praktijk? Hoe beoordeel ik of een praktijk Daltonplanwaardig is? Wat mag ik verwachten van een Daltondocent? Welke competenties brengen we aspirant-Daltondocenten bij? Hoe ontwikkel en ondersteun ik Daltononderwijs?
Als de eigenheid zoek is doordat de grondslagen vaag, meerduidig en niet onderscheidend zijn loopt de beweging een bekend risico, bekend uit de godsdienstwetenschappen (bijv. de godsdienstsociologie en de godsdienstgeschiedenis). Betrokkenen proberen dan de identiteit op verkeerde plaatsen terug te vinden, vooral in de vormen en in de wolken. De richtingen zijn tegengesteld, maar even in trek: men zoekt het eigene in de uiterlijkheden of men zoekt het in de onzichtbaarheden en ontastbaarheden.
In Daltonkring zijn beide aanwijsbaar. We neigen ertoe het eigene van Daltononderwijs te zoeken in de vormen: de ‘Daltonmaniertjes’. En we neigen ertoe het te zoeken in de wolken: onze leuzen ‘Dalton is a-way-of-life’ en ‘Dalton zit in je’ zijn tekenend; ze doen verdacht veel denken aan ‘je echte zelf in relatie tot je kind’. Naar mijn oordeel zijn het inderdaad risico’s: de maniertjes leggen ons vast op uiterlijkheden en de wollige leuzen maken het er bepaald niet duidelijker op, integendeel.
Hoog tijd voor precieze definiëring en heldere afbakening van Daltonplan. In Deventer hebben we er een begin mee gemaakt. We reconstrueren de onderwijspedagogiek van Helen Parkhurst. Voorlopige uitkomsten van ons onderzoek zijn hoopgevend. Bij bestudering van onze ‘roots’ tekent zich een duidelijke, unieke en aantrekkelijke visie op onderwijs af. We komen in ander verband en in een volgende bijdrage hierop terug.

