Democratie en Daltonplan

Cruciale functie van onderwijs is democratische burgerschapsvorming. Geen pedagoog, onderwijskundige, socioloog of filosoof zal het ontkennen. Voorheen al niet, heden ten dage zeker niet. Hoe minder vanzelfsprekend democratisch burgerschap is, hoe uitdrukkelijker de zorg erom wordt. Vandaar ook de eensgezindheid onder beleidsmakers, bestuurders en politici over de noodzaak van democratische burgerschapsvorming. Niet zonder gevolg. Sindskort is aandacht ervoor in de school wettelijk geregeld en verplicht. Voortaan gaat de Onderwijsinspectie er apart op toezien. Het CITO, de SLO en andere instellingen en intanties maken zich op voor het ontwikkelen, organiseren, toetsen, volgen en ondersteunen ervan.

Laten we hopen dat men bij al het regelen, plannen, programmeren, implementeren, meten en monitoren niet vergeet of miskent hoe kritisch en idealistisch onderwijs moet zijn wil het werkelijk democratische burgers vormen. Onderwijs kan dan immers geen weerspiegeling of voorafschaduwing zijn van de sociale en culturele realiteit. Tenzij we genoegen nemen met schijndemocratie, bijvoorbeeld ‘democratie’ waarin eigen belang en kortzichtigheid regeren of angst en vooroordeel of machtsvorming en uitsluiting of behoudzucht en ongelijkheid.

Behoorlijke burgerschapsvorming rust leerlingen toe tot volwaardig functioneren in een democratie, dat wil zeggen: democratie die haar best doet democratie in eigenlijke zin te zijn. Maar wat is democratie eigenlijk? En wat is dan, met het oog daarop, behoorlijke  burgerschapsvorming, dus behoorlijk onderwijs? En komt Daltonderwijs in de buurt?

Ook dit onderzoeken we in Deventer. Alvast iets over ons vertrekpunt en onze verwachtingen.

Democratie is een politiekideaal: een besluitvormingsprocedure die machts- en rechtsgelijkheid tracht te realiseren. Democratie als politiek ideaal heeft drie fundamentele kenmerken: (1) inclusieve participatie, (2) gelijke inspraak en gelijke stem, (3) gelijke zorg en gelijk respect[1]. Een korte toelichting per kenmerk:

(1) Inclusieve participatie

Democratie is collectieve zelfregering: het volk regeert zichzelf. Vandaar: brede participatie; iedereen regeert mee. Bindende beslissingen zijn uitkomst van gezamenlijk overleg en gezamenlijke keuze. Iedere geregeerde die daartoe in staat is (die bijvoorbeeld volwassen genoeg en geestelijk gezond is) neemt deel aan de beraadslaging en de besluitvorming.

(2) Gelijke inspraak en gelijke stem

In de beraadslaging mag iedereen zijn opvattingen, overwegingen, voorstellen, noden, zorgen enzovoorts inbrengen en zijn zegje doen. Ieders inbreng en alle bijdragen worden serieus genomen. In redelijk overleg tracht men gezamenlijk tot overeenstemming te komen over de kwesties die aan de orde zijn. Vervolgens wordt in de besluitvorming ieders optiek of voorkeur (ten aanzien van wat of hoe te besluiten) mee gewogen en wordt (voor zover in de beraadslaging geen overeenstemming bereikt is) niemands optiek of voorkeur zonder meer zwaarder geteld dan die van enig ander.

(3) Gelijke zorg en gelijk respect

Oogmerk van politiek is het op elkaar afstemmen van de belangen van de geregeerden. Zou het belang van de één het belang van de ander niet raken, dan zou politiek overbodig zijn. Kenmerkend voor het democratische ideaal is ook in dit opzicht gelijkheid: het belang van iedereen telt en dat van niemand telt zwaarder dan dat van enig ander. Vandaar: gelijke zorg. Dit geldt eveneens voor het vrijheidsbelang: de vrijheid van iedereen telt en die van niemand telt zwaarder dan die van enig ander. Vandaar: gelijk respect. Het principe van gelijke zorg en gelijk respect impliceert dat de politieke praktijk zich in de eerste plaats ieders meest basale behoeften aantrekt, want de zwaarst wegende belangen gaan voor alle andere. De kwaliteit van beleid en beslissingen (dus: van de uitkomsten van beraadslaging en besluitvorming) correspondeert met de mate waarin gelijke zorg en gelijk respect verwezenlijkt worden: hoe rechtvaardiger, hoe beter. Collectieve zelfregering mag in geen geval structurele ongelijkheid voortbrengen —dus niemand (geen individu of categorie individuen) stelselmatig onevenredig bevoordelen of benadelen.

Dit lijkt niet op de politieke praktijken die we dagelijks meemaken en waaraan we dagelijks meewerken. Democratie is dan ook een ; het is de norm waarmee we concrete, voorhanden praktijken de maat nemen. Dat het ideaal moeilijk volmaakt te verwezenlijken is, ontslaat ons niet van de kritische plicht politieke praktijken de maat ermee te nemen. Waar politiek democratische pretenties en aspiraties heeft, ze erom.

Behoorlijk onderwijs bereidt leerlingen voor op volwaardig functioneren in een behoorlijkedemocratie, een democratie die haar ideaal serieus neemt. Welke kundigheden (kennis en vaardigheden) en gezindheden (houdingen, normen, waarden, deugden en dergelijke) zijn voorwaarden voor ideaal-democratisch burgerschap? Gegeven de drie kenmerken (inclusieve participatie, gelijke inspraak en gelijke stem, gelijke zorg en gelijk respect) valt te denken aan:

  • vaardigheden als kritisch oordelen, verantwoorden, argumenteren en relativeren;
  • gezindheden als mondigheid, openheid, betrokkenheid en verantwoordingsbereidheid;
  • heel veel kennis.

 Heel veel kennis? Ja. Niet alleen voldoende kennis van hoe de democratie werkt en zou moeten werken, maar ook zoveel mogelijk kennis van van alles en nog wat. Burgerschap betekent meedoen in beraadslaging en besluitvorming. Het bereik van onderwerpen en kwesties waarmee de burger te maken kan krijgen is groot en onvoorspelbaar. Hij moet op alle mogelijke fronten adequaat kunnen oordelen over wat het beste is, welke zaken relevant zijn, welke factoren van invloed zijn, welke beslissingen welke consequenties hebben. Hij moet zich genoegzaam kunnen informeren en de inzichten en aanspraken van anderen op waarde kunnen schatten, . Bekwaam en betrokken burgerschap kan niet zonder alle mogelijke kennis op uiteenlopende terreinen, dus niet zonder een brede algemene ontwikkeling en vorming.

Ideaal-democratisch burgerschap stelt hoge eisen aan het onderwijs. Bevordering van cognitieve, reflexieve en communicatieve vaardigheden en van specifieke deugden en persoonlijke kwaliteiten. En dan ook nog grondige en uitgebreide inleiding in een reeks kennisdomeinen.

Onderwijs volgens het Daltonplan lijkt bij uitstek geschikt. Het Daltonplan benadrukt het faciliteren en structureren van de oefening van eigen verantwoordelijkheid en wederzijdse verantwoordelijkheid. Daardoor raken de leerlingen gaandeweg gewend aan, ervaren in en vertrouwd met participatie en engagement, medezeggenschap en aansprakelijkheid, zorg en eerbied. Ze ontwikkelen zodoende de nodige cognitieve, reflexieve en communicatieve vaardigheden en belangrijke gezindheden als mondigheid, openheid en betrokkenheid. Tegelijkertijd doet het Daltonplan alles aan de algemene vorming van de leerlingen: het is didactisch vernieuwend, maar niet ten detrimente van leerplan en leerstof. Nadruk op zelfverantwoordelijkheid en socialiteit gaat in het Daltonplan niet ten koste van de overdracht en verwerving van zo veel mogelijk kennis.[2]

Burgerschapsvorming is bij het Daltonplan in goede handen. Het politieke ideaal van de democratie en ons onderwijspedagogische ideaal zijn verwante idealen. Is het allemaal koek en ei dan? Theoretisch wel, maar praktisch … Zoals de politieke realiteit niet overal en altijd even democratisch is, zo beantwoordt het Daltononderwijs niet altijd en overal aan het Daltonplan. Eén van de redenen waarom het de moeite waard is onze onderwijspraktijken aan ons onderwijspedagogische ideaal te blijven spiegelen en toetsen.

 


[1] Zie P.A. van der Ploeg. , Baarn: Intro, 1995, paragraaf 1.1 en hoofdstuk 5. (Zie ook www.pietvanderploeg.nl > Onderzoek). Mijn typering van het ideaal is gebaseerd op werk en visie van filosofen als R.A. Dahl, J. Elster, J. Cohen, A. Gutman, J. Habermas  en J. Rawls.

[2] P.A. van der Ploeg, 2007, Daltonplan onderwijspedagogiek, binnenkort te verschijnen op Daltonplan.nl.